Vloeiweiden uitgeroepen tot immaterieel erfgoed

De vloeiweiden van Het Lankheet zijn uitgeroepen tot immaterieel erfgoed. Samen met de traditionele vloeiweiden in De Pelterheggen van Natuurmonumenten.

Nattigheid op de middeleeuwse manier

In Het Lankheet is in 1999 weer begonnen met ‘het op traditionele wijze bevloeien van graslanden’. Ook beheereenheid Kempen en Midden Limburg van Natuurmonumenten past het weer toe op vloeiweiden in De Pelterheggen. De techniek maakt nu officieel onderdeel uit van de nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed (IIE).

Beheereenheid Kempen en Midden Limburg en het Lankheet dienden samen in mei de aanvraag in. Het zijn de enige locaties waar deze oude vloeitechniek wordt toegepast. Met opname in de IIE is het voortbestaan geborgd. “Het is wel de bedoeling dat je blijft doorontwikkelen en de praktijk afstemt op de behoeften van de tijd”, zegt Eric Brinckmann, mededirecteur van Het Lankheet. Overlevering van praktijkkennis gebeurt onder meer door cursussen. En door het daadwerkelijk bevloeien door vrijwilligers, waarbij hun ervaringen worden opgetekend.

Bevloeiingstesten

Nu het Beekdalproject in Het Lankheet vordert, zijn voorzichtig de eerste bevloeiingstesten uitgevoerd op herstelde weilanden langs de beek. “Heel spannend!”, aldus Brinckmann. “Het werkte boven verwachting. Ook konden we experimenteren met het vloeimes, of ‘kroef’. Een halfronde ijzeren plaat aan een steel, waarmee je het water in de vloeigoten kunt stuwen en nauwkeurig verdelen over het grasland. Waar water heeft gestroomd is de wei opvallend groener.”

Textielfabrikant Gerrit Jan van Heek, overgrootvader van landgoedbewoner Bernard Rouffaer, introduceerde eind 19de eeuw het vloeiweidensysteem. Hij hield zich intensief bezig met landbouwinnovaties en paste deze toe op zijn eigen landgoederen, waaronder Het Lankheet. Dankzij dure kunstmest en goedkope arbeid was dit van oorsprong middeleeuwse vloeisysteem rendabel.

Ir. Lely, het brein achter de Zuiderzeewerken, gooide echter roet in het eten. De waterbouwkundige wil de Buurserbeek kanaliseren voor een snelle waterafvoer. In 1894 werden meanders rechtgetrokken en in 1937 de hele beek. Stroomde een waterdruppel vóór de kanalisatie in ruim 16 dagen van de bron naar de IJssel, daarna was dat 9 uur.

Dankzij het Beekdalproject krijgt Van Heek nu postuum zijn zin: de meanders van weleer zijn hersteld. De middeleeuwse vloeiweiden worden weer volledig in gebruik genomen en zijn vloeibeddensysteem alsnog deels aangelegd voor educatieve doeleinden.

Door het steeds grilliger klimaat staan traditionele vloeitechnieken tegenwoordig weer in de belangstelling. De oude stelsels van beken, sloten, goten en laagtes kunnen in de herfst en winter worden ingezet om water vast te houden. Zo is het landschap beter bestand tegen langdurige droogte. Bij wateroverlast kunnen ze fungeren als bergingssysteem.

Bronnen

Het opstuwen van water op het landgoed activeert het ‘verborgen’ ondergrondse watersysteem. Bronnen ‘ontwaken’, bodems van ooit drooggevallen beekjes vullen zich. “Bij de eerste beste regenbui gaan ze weer stromen. Fascinerend!”, zegt Brinckmann. Het publiek kan zo veel mogelijk meekijken. “Zolang er water beschikbaar is, wordt er regelmatig bevloeid.” De Historische Kring neemt de vloeiweiden op in haar excursies.

Foto: Betty Morsinkhof
Categoriën: Landschap, Het Lankheet, Vloeiweiden
Labels: lankheet, vloeiweide, irrigatie, immaterieel erfgoed